Vloeren Terminologie

dot
dot
Vloerenterminologie

Begrippen helder en begrijpelijk uitgelegd

De wereld van vloeren zit vol vaktermen. Van technische begrippen tot woorden die je regelmatig tegenkomt bij het oriënteren, kiezen, kopen en leggen van een vloer. Deze termen kunnen soms verwarrend zijn, zeker wanneer je geen dagelijkse ervaring hebt met vloeren.

Op deze pagina leggen wij de meest gebruikte vloerenterminologie helder en toegankelijk uit. Zo weet je precies wat termen betekenen, begrijp je beter waar vloerspecialisten over spreken en maak je met vertrouwen de juiste keuzes voor jouw vloerproject.

Waarom kennis van vloerenterminologie belangrijk is...

Beter vloeren vergelijken

Door de juiste termen te kennen, kun je materialen, eigenschappen, prijzen en toepassingen beter met elkaar vergelijken en weloverwogen keuzes maken.

Duidelijker communiceren met specialisten

Je begrijpt offertes, adviezen en technische uitleg beter, waardoor misverstanden worden voorkomen en samenwerkingen soepeler verlopen.

Fouten bij aankoop en installatie voorkomen

Kennis van vaktermen helpt je om precies te weten wat je nodig hebt en voorkomt verkeerde aankopen of ongeschikte legmethodes.

De juiste vloer kiezen voor jouw situatie

Je stemt je vloerkeuze beter af op jouw leefstijl, ruimte, comfortwensen en toekomstig gebruik.

Veelgebruikte vloerenbegrippen

Een overzicht van de meest voorkomende vloertermen

Hier vind je een compleet overzicht van veelgebruikte vloerbegrippen, overzichtelijk ingedeeld zodat je snel en eenvoudig vindt wat je zoekt.

Wil je sneller en gerichter de juiste vloerbegrippen vinden?
Vloerwerkzaamheden in Noord-Holland

In dit overzicht zijn de termen thematisch gegroepeerd. Zo kun je eenvoudig zoeken op onderwerp en direct de begrippen bekijken die relevant zijn voor jouw situatie, vraag of fase van het vloerproject.

Termen per onderwerp

Vloersoorten en materialen

  • PVC vloer – Een kunststof vloer die duurzaam, waterbestendig en onderhoudsvriendelijk is.
  • Click PVC – PVC vloer met kliksysteem die zwevend wordt gelegd zonder lijm.
  • Lijm PVC (Dryback) – PVC vloer die volledig wordt verlijmd aan de ondergrond voor maximale stabiliteit.
  • SPC vloer – PVC vloer met een minerale kern die extra vormvast en sterk is.
  • LVT (Luxury Vinyl Tiles) – Hoogwaardige PVC vloer met realistische hout- of steenlook.
  • Laminaat – Vloer met HDF-kern en decoratieve toplaag, populair door de goede prijs-kwaliteitverhouding.
  • Massief hout – Vloer van volledig natuurlijk hout met een authentieke uitstraling.
  • Samengesteld hout – Meerlaagse houten vloer die stabieler is dan massief hout.
  • Gietvloer – Naadloze vloer van kunsthars met een strakke, moderne uitstraling.
  • Tegelvloer – Vloer van keramische of natuurstenen tegels, zeer slijtvast en vochtbestendig.
  • Natuursteen – Vloer van echt steen zoals marmer of leisteen, luxe en duurzaam.
  • Betonvloer – Industriële vloer of ondergrond die stevig en slijtvast is.
  • Composietvloer – Vloer opgebouwd uit meerdere materiaalsoorten voor extra sterkte.
  • Renovatievloer – Dunne vloer die geschikt is om over een bestaande vloer te leggen.
  • Zorgvloer – Comfortvloer met extra veiligheid, vaak gebruikt in zorgomgevingen.
  • Waterbestendige vloer – Vloer die bestand is tegen vocht en morsen.
  • Houtlook vloer – Vloer met de uitstraling van hout, gemaakt van PVC of laminaat.
  • Steenlook vloer – Vloer met het uiterlijk van steen of beton.
  • Flexibele vloer – Vloer die meebeweegt met temperatuurverschillen.
  • Naadloze vloer – Vloer zonder zichtbare voegen of naden.

Vloer leggen en installatie

  • Acclimatiseren – Het laten wennen van de vloer aan de ruimte vóór het leggen.
  • Egaliseren – Het vlak maken van de ondergrond met egaline.
  • Egaline – Vloeibaar materiaal om de ondergrond te egaliseren.
  • Ondervloer – Laag tussen de ondergrond en de vloer voor comfort en geluidsreductie.
  • Zwevend leggen – Legmethode waarbij de vloer niet wordt verlijmd.
  • Verlijmen – Het vastzetten van de vloer met lijm aan de ondergrond.
  • Kliksysteem – Mechanisme waarmee vloerdelen in elkaar klikken.
  • Quick-step systeem – Gebruiksvriendelijk kliksysteem voor snelle installatie.
  • Uitzettingsvoeg – Ruimte langs muren om uitzetting van de vloer op te vangen.
  • Dilatatievoeg – Technische voeg die werking van de vloer compenseert.
  • Juiste legrichting – Richting waarin de vloer wordt gelegd voor het beste visuele effect.
  • Legpatroon – De manier waarop vloerdelen worden geplaatst.
  • Visgraat – Populair legpatroon in V-vorm.
  • Plakken – Het verlijmen van vloerdelen aan de ondergrond.
  • Vloeropbouw – De opbouw van alle lagen van de vloer.
  • Vlakheidsnorm – Eisen aan de vlakheid van de ondergrond.
  • Zandcementdekvloer – Veelgebruikte cementgebonden ondervloer.
  • Betonondergrond – Ondergrond van beton waarop een vloer wordt gelegd.
  • Overgangsprofiel – Profiel om hoogteverschillen tussen vloeren af te werken.
  • Y-vormige overgang – Overgangsprofiel voor meerdere aansluitingen.

Onderhoud en afwerking

  • Slijtlaag – Beschermende laag die slijtage voorkomt.
  • Toplaag – Bovenste zichtbare laag van de vloer.
  • Beschermlaag – Extra coating tegen beschadiging.
  • PU-toplaag – Polyurethaan coating voor extra bescherming.
  • Krasbestendigheid – Weerstand tegen krassen door gebruik.
  • Slijtklasse – Aanduiding voor de mate van belastbaarheid.
  • Onderhoudsvriendelijk – Eenvoudig schoon te maken en te onderhouden.
  • Reinigingsadvies – Richtlijnen voor het reinigen van de vloer.
  • Dagelijks onderhoud – Regelmatig schoonmaken.
  • Periodiek onderhoud – Onderhoud dat af en toe nodig is.
  • Microvelling – Subtiele afschuining aan de randen van vloerdelen.
  • Plinten – Afwerking langs muren voor een nette overgang.
  • Afwerkingsprofiel – Profiel voor een strakke randafwerking.
  • Antislip – Eigenschap die uitglijden voorkomt.
  • UV-bestendig – Bestand tegen verkleuring door zonlicht.
  • Vlekbestendig – Weerstand tegen vlekken.
  • Vochtbestendig – Kan tegen vocht zonder schade.
  • Naadloze afwerking – Afwerking zonder zichtbare overgangen.
  • Structuur – Voelbaar reliëf in het oppervlak.
  • Kleurvastheid – Het behouden van de oorspronkelijke kleur.

Comfort, duurzaamheid en gebruik

  • Geluiddemping – Vermindert loop- en contactgeluid.
  • Stilvloer – Vloer met extra geluidsreducerende eigenschappen.
  • Isolatie – Behoud van warmte en beperking van geluidsoverdracht.
  • Warmtegeleiding – Mate waarin warmte wordt doorgegeven.
  • R-waarde – Warmteweerstand van de vloer.
  • Vloerverwarming – Verwarmingssysteem onder de vloer.
  • Thermische werking – Uitzetten en krimpen door temperatuurverschillen.
  • Waterbestendig – Bestand tegen water en vocht.
  • Vochtbarrière – Beschermlaag tegen optrekkend vocht.
  • Antislipveiligheid – Verhoogde veiligheid bij lopen.
  • Woongebruik – Geschikt voor normaal huishoudelijk gebruik.
  • Zakelijk gebruik – Geschikt voor intensief commercieel gebruik.
  • Intensief gebruik – Ontworpen voor zware belasting.
  • Duurzaamheid – Lange levensduur en slijtvastheid.
  • Levensduur – Verwachte gebruiksduur van de vloer.
  • Vormvastheid – Behoud van vorm onder verschillende omstandigheden.
  • Energie-efficiëntie – Bijdrage aan energiebesparing.
  • Comfortklasse – Niveau van loop- en wooncomfort.
  • Geschikt voor huisdieren – Bestand tegen krassen en vuil.
  • Geschikt voor kinderen – Veilig, sterk en gemakkelijk schoon te maken.
Een alfabetisch overzicht van veelvoorkomende vloertermen

Van acclimatiseren tot zwevend leggen — met duidelijke en praktische uitleg per begrip, zodat je snel begrijpt wat elk woord betekent en met vertrouwen de juiste keuzes maakt.

A

  • Acclimatiseren – Het laten wennen van vloerplanken of -tegels aan de temperatuur en luchtvochtigheid van de ruimte vóór installatie. Dit voorkomt krimpen, uitzetten en vervorming na het leggen.
  • Antislip – Een eigenschap of extra laag die zorgt voor meer grip op het vloeroppervlak. Belangrijk voor veiligheid in natte ruimtes, trappen en intensief gebruikte zones.

B

  • Betonvloer – Een veelgebruikte ondergrond voor vloeren. Moet vlak, droog en scheurvrij zijn voordat PVC, laminaat of hout wordt gelegd.
  • Beschermlaag – De bovenste laag van een vloer die bescherming biedt tegen slijtage, vlekken en krassen. Vaak gecombineerd met een PU- of slijtlaag.

C

  • Click PVC – PVC vloer met een kliksysteem die zwevend wordt gelegd, zonder lijm. Ideaal voor doe-het-zelvers en eenvoudig te verwijderen of te vervangen
  • Composietvloer – Een vloer die bestaat uit meerdere materiaal­lagen, zoals kunststof en mineraal. Biedt extra stabiliteit en duurzaamheid.

D

  • Dilatatievoeg – Zie uitzettingsvoeg. Essentieel om werking van de vloer op te vangen bij temperatuur- en vochtverschillen.
  • Draaglaag – De constructieve kern van een vloer die zorgt voor stevigheid en vormvastheid. Bepaalt mede de levensduur en belastbaarheid.
  • Dryback PVC – Andere benaming voor lijm-PVC. Wordt volledig verlijmd aan de ondergrond en staat bekend om zijn strakke en stabiele resultaat.

E

  • Egaliseren – Het volledig vlak maken van de ondergrond met egaline voordat een vloer wordt gelegd. Essentieel bij lijm-PVC en andere dunne vloeren.
  • Egaline – Vloeibaar egalisatiemiddel dat wordt gebruikt om hoogteverschillen in de ondergrond op te heffen en een vlak oppervlak te creëren.

F

  • Flexibele vloer – Een vloer die licht meebeweegt met temperatuurverschillen, zoals PVC. Dit verhoogt comfort en verkleint de kans op scheuren.

G

  • Gietvloer – Naadloze vloer van kunsthars. Strak, modern en geschikt voor vloerverwarming, maar vereist professionele installatie.
  • Geluiddemping – Eigenschap van een vloer of ondervloer om loop- en contactgeluid te verminderen, wat zorgt voor meer wooncomfort.

H

  • Houtlook – Afwerking waarbij PVC, laminaat of tegels de uitstraling van echt hout nabootsen, vaak inclusief voelbare structuur.
  • HDF-kern – Een sterke vezelplaatkern die vaak wordt gebruikt bij laminaatvloeren en zorgt voor stabiliteit en stevigheid.

I

  • Isolatie – Eigenschap van een vloer of ondervloer om warmte en geluid te dempen, wat bijdraagt aan energiebesparing en comfort.

J

  • Juiste legrichting – De manier waarop vloerplanken worden gelegd ten opzichte van lichtinval en ruimte, wat invloed heeft op het ruimtelijk effect.

K

  • Krasbestendigheid – De mate waarin een vloer bestand is tegen krassen door schoenen, meubels of huisdieren. Belangrijk bij intensief gebruik.
  • Kliksysteem – Mechanisme waarmee vloerdelen zonder lijm in elkaar worden bevestigd. Zorgt voor snelle installatie en eenvoudige demontage.

L

  • Lijm PVC – PVC vloer die volledig aan de ondergrond wordt verlijmd. Zeer stabiel, dun en ideaal voor vloerverwarming, maar vraagt een perfecte voorbereiding.
  • Legpatroon – De manier waarop vloerplanken of -tegels worden geplaatst, zoals recht, visgraat of diagonaal.

M

  • Massief hout – Vloer van volledig natuurlijk hout. Duurzaam en karaktervol, maar gevoelig voor vocht en temperatuurwisselingen.
  • Microvelling – Subtiel afgeschuinde rand langs vloerplanken die voegen accentueert en een luxe uitstraling geeft.

N

  • Naadloos – Eigenschap van vloeren zoals gietvloeren waarbij geen zichtbare voegen aanwezig zijn, wat zorgt voor een strak geheel.

O

  • Ondervloer – De laag tussen de bestaande ondergrond en de vloer. Zorgt voor egalisatie, geluidsreductie en extra comfort.
  • Onderhoudsvriendelijk – Vloeren die eenvoudig schoon te maken zijn en weinig onderhoud vereisen, zoals PVC en tegels.

P

  • Plint – Afwerking langs muren die uitzettingsruimte afdekt en zorgt voor een nette overgang tussen vloer en wand.
  • PU-toplaag – Extra beschermende coating die slijtvastheid verhoogt en de vloer beschermt tegen vlekken en krassen

Q

  • Quick-step systeem – Een type kliksysteem waarmee vloeren snel en efficiënt gelegd kunnen worden zonder gebruik van lijm.

R

  • R-waarde – Geeft de warmteweerstand van een vloer aan. Hoe lager de waarde, hoe beter de vloer geschikt is voor vloerverwarming.
  • Renovatievloer– Vloer die speciaal geschikt is om over bestaande ondergronden te leggen zonder ingrijpende aanpassingen.

S

  • Slijtlaag – De beschermende toplaag van een vloer. Hoe dikker de slijtlaag, hoe beter bestand tegen intensief gebruik.
  • Slijtklasse – Classificatie die aangeeft voor welk gebruik een vloer geschikt is, van licht huishoudelijk tot intensief commercieel.
  • SPC vloer – PVC vloer met een minerale kern (Stone Polymer Composite). Zeer stabiel, waterbestendig en vormvast.
  • Stilvloer – Vloer met extra geluidsreducerende eigenschappen, ideaal voor appartementen en bovenverdiepingen.
  • Structuur – Voelbaar reliëf in het vloeroppervlak dat zorgt voor een realistische en natuurlijke uitstraling.

T

  • Tegelvloer – Vloer van keramische of natuurstenen tegels. Zeer duurzaam en geschikt voor vochtige ruimtes.
  • Thermische werking – Het uitzetten en krimpen van vloeren onder invloed van temperatuurverschillen.
  • Toplaag – De zichtbare bovenlaag van de vloer die het uiterlijk en de bescherming bepaalt.

U

  • Uitzettingsvoeg – Ruimte langs muren en vaste objecten die nodig is om uitzetting van de vloer op te vangen en schade te voorkomen.
  • UV-bestendig – Eigenschap van een vloer die voorkomt dat kleuren vervagen door zonlicht.

V

  • Visgraat – Populair legpatroon waarbij stroken in een V-vorm worden geplaatst. Veel toegepast bij PVC en houten vloeren.
  • Vlakheidsnorm – Technische eis voor de ondergrond, die bepaalt hoe vlak een vloer moet zijn voordat installatie mogelijk is.
  • Vloerverwarming – Verwarmingssysteem onder de vloer dat zorgt voor gelijkmatige warmteverdeling.
  • Vloeropbouw – De totale opbouw van alle lagen: ondergrond, ondervloer en afwerkvloer.
  • Vochtbarrière – Beschermende laag die voorkomt dat optrekkend vocht de vloer beschadigt.

W

  • Waterbestendig – Eigenschap van vloeren zoals PVC en tegels die bestand zijn tegen vocht en morsen.
  • Warmtegeleiding – De mate waarin een vloer warmte doorlaat, belangrijk bij vloerverwarming.
  • Woongebruik – Classificatie voor vloeren die geschikt zijn voor normaal huishoudelijk gebruik.

X

  • XPE-ondervloer – Lichtgewicht ondervloer met goede geluids- en warmte-isolerende eigenschappen.

Y

  • Y-vormige overgang – Specifieke overgangsoplossing voor het netjes verbinden van meerdere vloerrichtingen.

Z

  • Zandcementdekvloer – Veelgebruikte ondergrond die stevig en stabiel is, mits goed uitgehard en droog.
  • Zakelijk gebruik – Vloerclassificatie voor intensief gebruik in winkels, kantoren of openbare ruimtes.
  • Zorgvloer – Comfortabele en veilige vloeroplossing voor zorgomgevingen, met focus op geluiddemping en slipweerstand.
  • Zwevend leggen – Legmethode waarbij de vloer niet wordt verlijmd aan de ondergrond, maar los ligt op een ondervloer.
Inhoudsopgave
Vloerwerkzaamheden in Overijssel
Meer leren over vloeren?

Wil je je verder verdiepen in de wereld van vloeren?

Ontdek onze uitgebreide gidsen, praktische adviezen en inspirerende artikelen over materialen, installatie en onderhoud.